DE WEG VAN DE MENS

Van oost naar noord. We draaien tegen de klok in naar links. Dat is de weg van het hart, de innerlijke weg, de zoektocht.

Om ons heen is het donker. Binnen is het vruchtbaar. Lentegroen. De weg van de mens ontstaat vanuit de navelstreng.

De weg begint pas echt als de navelstreng wordt doorgesneden. Elk mens moet het paradijs verlaten. Bij de poort staat een engel met een vlammend zwaard. Nooit kunnen we terug.

Opstaan, de buitenwereld lentegroen kleuren. Een stad wordt gebouwd. Een gemeenschap met open poorten. Open en toegankelijk. Kwetsbaar. Het hemels Jeruzalem gespiegeld boven ons. Inspiratie en creativiteit om vorm te vinden.

De scheppende mens kan vastlopen, over de kop gaan. In de put zitten als Jozef zonder zicht op de eigen veelkleurigheid. Je komt de duisternis onder ogen. Hoe licht is de nacht?